NAMIBIË, het land van woestijnen, leegte en culturele diversiteit

De geschiedenis van Namibië is terug te voeren tot de San volken, ofwel de bosjesmannen, die er eeuwen geleden leefden. Tussen de 9e en 14e eeuw kwamen er een aantal herdersvolken naar het land, waaronder de Herero’s, Ovambo’s, Kavango’s en Tswana’s. De meeste van deze volken kwamen niet uit vrije wil, maar omdat ze verdreven waren uit vruchtbare gebieden door andere Afrikanen en later de Europeanen. In 1906, toen er diamanten gevonden werden door de Duitsers, stond Namibie opeens op de kaart en had het de interesse van de kolonisten. Een lange periode van oorlog volgde, maar inmiddels is het land in vrede en rust, maar de woestijnen zijn gebleven. Doordat Namibië enige tijd een kolonie is geweest van Duitsland, kom je nog diverse kenmerken van dit land tegen en ook een deel van de bevolking spreekt Duits.

Namibië is vernoemd naar de Namib woestijn, de oudste woestijn ter wereld, die zich over een lengte van ca. 2000 km uitstrekt langs de Atlantische kust. In het oosten van Namibië ligt de Kalahari woestijn, een semi-droge woestijn die deels in Namibië ligt, deels in Zuid-Afrika en Botswana met uitlopers naar Zimbabwe en Zambia. Beide woestijnen zijn rijk aan een uitzonderlijke variëteit aan flora en fauna, inclusief een groot aantal endemische planten, vogels, reptielen en insecten.

 

 

De toeristen komen dan ook graag voor deze gebieden naar Namibië. Ook kent Namibië een grote culturele diversiteit, met stammen als de Damara, Herero, Owambo, Nama en de semi-nomadische Himba. Het wildpark Etosha, de Fish River Canyon, het duingebied bij Sossusvlei & Dead Vlei en het gebied tussen de kust en Etosha (Damaraland) zijn relatief drukke toeristische centra in een doorgaans leeg land. En juist die leegte maakt een grote indruk. De afstanden zijn groot en de wegen meestal onverhard, maar het is een genot om te rijden door een landschap dat nog zo puur en onaangetast is en waar een tegenligger een zeldzame verschijning is.